zondag 19 augustus 2012

Steeds meer ADHD medicatie voorgeschreven

De hype is al weer over. Even stonden de kranten er vol van. Nu is iedereen het al weer vergeten.

Steeds meer mensen gebruiken ADHD-medicijnen. De eerste reactie is dat het gebruik weer terug moet. We kunnen ons namelijk niet voorstellen dat er steeds meer mensen zijn met ADHD. De diagnose wordt vast vaak ten onrechte gesteld. Zou de ziekte ADHD eigenlijk wel bestaan? Of is de diagnose een verzinsel van de medicijnmakers, en maken die er een hype van?
Anderen zeggen weer dat we het nu beter kunnen onderzoeken, en dat we daarom meer mensen, vooral kinderen, vinden met ADHD. Eigenlijk zijn er in het verleden te weinig mensen behandeld.

Volgens Wikipedia is een hype een verschijnsel dat tijdelijk bovenmatige media-aandacht krijgt en daardoor belangrijker lijkt dan het in werkelijkheid is. Eigenlijk is een hype een soort ADHD. Prikkels die eigenlijk nauwelijks aandacht hoeven te krijgen, veroorzaken veel reactie.
ADHD heeft drie hoofdkenmerken: snel afgeleid zijn (overal op reageren), impulsiviteit (eerst doen en dan denken) en overbeweeglijkheid (voortdurend in beweging zijn).
Bij een hype gebeurt hetzelfde: mensen reageren (overmatig) op iets wat eigenlijk weinig aandacht nodig heeft, mensen hebben de neiging te gaan voor snelle conclusies en oplossingen, en standpunthouders doen hun best om een beweging in hun richting op gang te brengen.

Bij een deel van de mensen met ADHD helpen medicijnen. De medicijnen helpen om de aandacht goed vast te houden. Maar minstens net zo belangrijk voor mensen met ADHD is te zorgen voor structuur: Hoofdzaken van bijzaken onderscheiden. Zorgen dat prikkels voorspelbaar zijn. En dat er niet te veel prikkels zijn.
Laten die drie zaken nou net heel erg veranderd zijn in onze maatschappij: we worden overladen met informatie (lees: prikkels), die op allerlei manieren op ons af komen. Allerlei grote en kleine partijen, bewegingen en bedrijven, strijden om de aandacht van de consument, en proberen van hun bijzaak een hoofdzaak te maken. Om de aandacht te vangen moeten we verrrassend en onvoorspelbaar zijn. Als je al geen ADHD had, zou je het er bijna van krijgen...

In de maatschappij van vandaag hebben mensen met ADHD het moeilijker dan vroeger. Het leven is minder gestructureerd, minder voospelbaar, en er zijn veel meer prikkels. Bovendien zijn we op zoek naar snelle oplossingen. Een tabletje kan dan helpen.

We gebruiken meer ADHD medicatie. Helaas we kunnen de mensen met ADHD niet de schuld geven, ook niet de artsen die de diagnose stellen, en zelfs niet de medicijnfabrikanten die proberen hun product te verkopen. Nee, het is de schuld van de maaatschappij!
Of ben ik nu aan het hypen?

donderdag 21 juni 2012

Rijk aan anti-oxidanten

Het feest ter ere van het jubilerend bruidspaar loopt ten einde. De bediening gaat rond met het afluitende kopje koffie. Mijn buurman wil thee. Groene thee. Want daar zitten anti-oxidanten in, wat dat ook moge zijn. Hij heeft geen idee. Hij is nog nooit iemand tegengekomen die het wel wist. Als hij hoort dat ik dokter ben, vraagt hij of ik het wel weet. Toevallig....

In de lucht zit zuurstof. Gelukkig voor ons. Want dankzij die zuurstof kunnen wij leven. Met die zuurstof verbranden wij ons voedsel. Tijdens die verbranding verbindt de zuurstof uit de lucht zich met stoffen in ons lichaam. Daarmee krijgen we energie en warmte. Net als een kleine energiecentrale. Dat zuurstof een verbinding aan gaat met andere stoffen, heet met een duur woord oxideren.

Nou is een vuurtje in je kachel wel lekker, maar vuur in de rest van je huis heb je liever niet. Helaas heeft losse zuurstof  erg de neiging om zich met andere stoffen te verbinden. Ook op plekken waar je dat niet wilt. Bij hoge temperaturen gaat dat snel, en dan krijg je bijvoorbeeld as. Bij lage temperaturen gaat dat langzamer, en dan krijg je bijvoorbeeld roest.

In het lichaam moet de zuurstof van de longen naar het persoonlijke kacheltje van elk van onze miljoenen lichaamscellen worden vervoerd. Soms valt er wel eens een zuurstofmolecuul uit het transportsysteem, en die gaat dan zwerven. Dat noemen we een "vrije radicaal". Die vrije radicaal komt op een gegeven moment een stofje tegen, waarmee hij een verbinding aan gaat, op een plek waar je dat eigenlijk niet wilt: een soort minibrandje buiten de kachel. Je snapt dat een hoop van die minibrandjes uiteindelijk voor een grotere beschadiging kunnen zorgen. De theorie is dat deze vrije radicalen een rol spelen in het verouderingsproces. Dat zou te vergelijken zijn met roestvorming op plekken waar je dat niet wilt.

Anti-oxidanten zijn stoffen die met zuurstof reageren. Het is de bedoeling dat de losse zuurstof op de verkeerde plekken, de vrije radicalen, botsen tegen de anti-oxidanten. En dan worden die stoffen, de anti-oxidanten verbrand. En de stofjes die je nodig hebt in je lichaam worden beschermd tegen de verbranding, tegen het oxideren. Daarom heten die beschermende stoffen anti-oxidanten. Want ze gaan het oxideren van de stoffen die je nodig het tegen. En de theorie is dus dat je zo veroudering tegen gaat. Ik moet er wel bij vertellen dat het maar zeer de vraag is of het in de praktijk ook zo werkt. Want de kans is groot dat de anti-oxidanten gewoon in de kachel terecht komen en niet bij de vrije radicalen.

Kan je het nog volgen?
Naarmate ik het verhaal verder vertel, bedenk ik me dat het toch wel een ingewikkeld verhaal is. De tienerdochter van mijn buurman komt ook bij ons aan tafel zitten, met groene thee, en mijn buurman vertelt enthousiast dat hij weet hoe het zit met anti-oxidanten. Tot mijn verbazing kan hij mijn anti-oxidanten verhaal zo navertellen. En snapt zijn dochter het ook nog.

De bediening komt thee brengen. Groene thee voor mijn buurman. Ik neem ook thee. De groene thee is op, en ik wil de ober niet nog een keer heen en weer laten lopen. Dus ik neem gewone thee. Voor mij dit keer geen anti-oxidanten. Hopelijk krijg ik hier geen spijt van bij mijn volgende rimpel.

woensdag 18 april 2012

Dokter, krijg ik een spuitje?

Dokter, als het te erg wordt, geeft u me dan een spuitje?
Mevrouw Verhoeven heeft uitgezaaid darmkanker, en ze is uitbehandeld. Ik neem de medische begeleiding over van mijn collega, die voor wat langere tijd afwezig zal zijn. Tijdens mijn eerste bezoek aan haar komt deze vraag gelijk op me af. Indringend, maar het zorgt er wel voor dat ons gesprek gelijk de diepte in kan gaan. Bij de begeleiding van mensen die niet meer beter kunnen worden, komt op een gegeven moment ter sprake, wat mensen nog wel en niet willen rond het levenseinde. Soms is het wat zoeken naar een opening om het levenseinde te bespreken. Mevrouw Verhoeven opent zelf het gesprek hier over.

Het is goed om de verwachtingen helder te hebben. Bij "een spuitje geven" is de eerste gedachte euthanasie. Mevrouw Verhoeven is bang dat ze veel pijn zal krijgen. Onhoudbare pijn. Ze heeft gehoord dat het mogelijk is dat ze in slaap gebracht wordt, als ze te veel pijn heeft. En dat wil ze graag. Mevrouw Verhoeven wil geen euthanasie, wat ze bedoelt is wat in medische termen "palliatieve sedatie" wordt genoemd.

Euthanasie is bedoeld om een persoon te laten overlijden op het moment dat hij of zij er klaar voor is. Voorwaarde is dat er sprake moet zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Het doel is om iemand te laten overlijden op het moment dat hem uit komt. De gebruikelijke procedure is dat je iemand iets geeft om in slaap te vallen, en daarna iets waardoor iemand stopt met ademen.

Palliatieve sedatie doe je om extreme klachten te bestrijden. Klachten die je niet op een andere manier kan bestrijden, bijvoorbeeld ernstige pijn of benauwdheid. Je brengt dan iemand in slaap, zodat hij of zij de klachten niet meer bewust mee maakt. Die persoon overlijdt uiteindelijk aan de oorzaak van de klachten, niet aan de sedatie.

Het is goed om de verwachtingen helder te hebben. Het ene spuitje is het andere niet. Er is een groot verschil tussen euthanasie en palliatieve sedatie. De reden om het te vragen, het doel, de uitvoering en het resultaat zijn verschillend. De impact die het heeft op de patiënt, de omgeving en de dokter ook. Mevrouw Verhoeven had gelukkig geen van beide nodig. In een week tijd ging zij steeds langer en dieper slapen, om uiteindelijk niet meer wakker te worden.

vrijdag 17 februari 2012

Niet gepland, wel welkom.

Katinka is onverwacht zwanger.
Als huisarts heb ik al lang geleerd om niet gelijk "gefeliciteerd" te zeggen, als een vrouw tegen mij zegt dat ze zwanger is. In twee weken zag ik op mijn spreekuur drie vrouwen die onverwacht zwanger waren geworden. Alle drie gebruikten ze anti-conceptie. Twee de pil, één een spiraal. Katinka gebruikte de pil, en ze wist zeker dat ze geen fouten had gemaakt in het gebruik van de pil.

De komst van anti-conceptie zorgde er voor dat stellen het krijgen van kinderen kunnen plannen. De meeste mensen beseffen wel dat het krijgen van kinderen niet vanzelfsprekend is. Maar ze denken dat het voorkomen van zwangerschap wel vanzelfsprekend is.
Hoe goed anti-conceptie werkt drukken we uit in de Pearl index. Dit is het percentage vrouwen dat ondanks gebruik van anti-conceptie toch binnen een jaar zwanger wordt. Voor de pil is de Pearl index bij goed gebruik circa 0,5. Voor de spiraal (afhankelijk van de soort) 0,2 tot 1,0. Dit betekent dat als 1000 vrouwen een jaar lang de pil gebruiken, er circa 5 toch zwanger worden. Niet zwanger worden is dus bij lange niet vanzelfsprekend.

Een zwangerschap bij een vrouw is een ingrijpende gebeurtenis. Het zet je leven op zijn kop. Zeker voor de zwangere vrouw geldt dat het leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Je leven staat nog veel meer op zijn kop als de zwangerschap niet gepland is. Dit geldt ook voor Katinka. Ook al is Katinka 27, heeft ze een vaste relatie en is hun komende huis groot genoeg voor een gezin... Ze had eigenlijk andere plannen voor de komende jaren.

Een geplande zwangerschap is voor een vrouw al heel ingrijpend. Een ongeplande zwangerschap is een achtbaan van emoties. Katinka wordt overspoeld door twijfels. Haar grootste twijfels zijn organisatorisch. Hoe moet het met het inrichten van haar huis, haar zoektocht naar een nieuwe baan, de studie die ze had gepland? Maar ze vraagt zich ook af of kinderen wel bij hun passen. Zij en haar vriend zijn nog helemaal niet bezig, laat staan toe aan kinderen. Aan de andere kant... Ooit wil ze wel moeder worden. En eigenlijk is ze nu al een beetje moeder. Vrouwen horen blij te zijn als ze zwanger zijn, maar Katinka kan dat helemaal nog niet.

Zwangere vrouwen hebben behoefte om met anderen te praten. Maar als je onverwacht zwanger ben, doe je dat niet zo maar. Je weet namelijk niet of je de zwangerschap wilt houden. En dat deel je niet zo  makkelijk als blij zijn. Toch hebben juist vrouwen met een onbedoelde zwangerschap behoefte aan een praatpaal. Een beetje extra aandacht voor deze vrouwen kan dus geen kwaad. Bij Katinka mag ik degene zijn die helpt om haar gedachten op een rijtje te zetten en bij haar gevoelens te komen.

In onze maatschappij willen we het leven graag van te voren plannen en uitstippelen. Ik ben zelf opgegroeid in de jaren 70, 80. Opgegroeid met de filosofie dat je het leven kan laten komen, zoals je het wilt nemen. Maar het leven is niet 100% planbaar. Soms moet je toch het leven weer nemen zoals het komt.

Katinka heeft met steeds meer mensen gepraat en werd steeds blijer met haar zwangerschap. Niet gepland, wel welkom. Gefeliciteerd Katinka.

vrijdag 20 januari 2012

De beste behandeling van hielspoor

"Die medicijnen hebben niks geholpen", zei mevrouw De Vlieger, "is er niet wat anders?"
Twee weken geleden zag ik mevrouw De Vlieger voor een hielspoor, en ik schreef pijnstillende en ontstekingsremmende tabletten voor. Blijkbaar zonder succes.

Een hielspoor is een pijnlijke aanhechting van de peesplaat onder de voet.
De voet staat een beetje in een boog. Door het gewicht van het lichaam dat er op staat, zou die boog normaliter inzakken. Om die boog toch vast te houden zit er een peesplaat onder de voet, die de voet vast houdt in een boogvorm. Net zoals een boog bij een pijl en boog. Aan de achterkant zit die peesplaat vast aan de hiel. Op dit punt komt alle kracht op die peesplaat samen. Bij een beetje stevig doorlopen komt er al gauw vier tot vijf keer je lichaamsgewicht samen op dit punt.

Volgens de theorie is hielspoor een overbelasting van de aanhechting van de peesplaat, waardoor op dat punt een pijnlijke ontstekingsreactie ontstaat. Door de ontstekingsreactie komt er kalk in die aanhechting. Op een röntgenfoto ziet dat er uit als een "spoor", vandaar de naam "hielspoor".
Vanuit die theorie zijn er verschillende behandelingen mogelijk: ontlasten, ondersteunen, pijnstilling en/of ontstekingsremming. Ontlasten kan door minder lopen, minder lichaamsgewicht, rustiger lopen, mobilisatie van de voetwortel. Ondersteunen kan met stevige schoenen, een gelzool of een tape. Pijnstilling gebeurt meestal met tabletten. Ontstekingsremming kan met tabletten of injectie. Behandeling door schokgolfbehandeling van het pijnlijke gebied wordt ook gedaan. En ook gewoon wachten tot het vanzelf over gaat.

Ondanks heel veel verschillende therapieën duurt hielspoor vaak heel lang en is het moeilijk te behandelen. Hoe meer behandelingen er bestaan, hoe minder we weten wat de beste behandeling is. Als we dat wel zouden weten, zou alleen die behandeling gebruikt worden, en de andere zouden vergeten worden. Ik heb ooit een mevrouw per direct van hielspoor verlost met een manueel geneeskundige mobilisatie van de voetwortel. Een collega had daarvoor gezegd dat het wel een half jaar zou duren. Dus ik kan niet meer stuk bij die mevrouw. En die behandeling kan niet meer stuk bij mij.

Mevrouw De Vlieger ging naar huis met een schoenadvies. Ze had geen behoefte aan nog meer medicijnen en gedoe. Volgens mij wel een goede keus in haar geval. De ene arts zweert bij de ene behandeling, een andere bij een andere. Gelukkig weten we ook dat hoe meer de dokter in de behandeling gelooft, hoe beter het werkt. Dus als je een hielspoor hebt, ga dan naar de dokter en doe wat die zegt. Dan heb je de meeste kans dat je toch de beste behandeling krijgt.

Beterschap!

vrijdag 13 januari 2012

Ik moet altijd gelijk naar het ziekenhuis

"Ik heb weer dezelfde buikpijn als vorig jaar. De chirurg zei toen dat ik bij een volgende keer gelijk naar het ziekenhuis moest komen." zei mevrouw Duinkerk bij binnenkomst in mijn spreekkamer. "Maar ik dacht, ik ga maar eerst even langs de huisarts."

Altijd gelijk terugkomen. U mag niet stoppen met deze medicijnen. U zal hier blijvend last van houden. U moet deze oefeningen volhouden. Als huisarts hoor ik vaak dat een specialist in het ziekenhuis opmerkingen plaatst, die voor de patiënt eeuwigheidswaarde hebben. En waarschijnlijk doe ik het zelf ook, zonder dat ik het in de gaten heb.

Als artsen realiseren we ons soms te weinig hoe veel waarde onze woorden hebben voor de mensen. Ondanks de mondigheid van patiënten en verkleining van de afstand tussen dokter en patiënt, zien veel mensen de dokter toch nog steeds als een autoriteit. En wat wij zeggen wordt door ons niet op een goudschaaltje gewogen, maar door de luisteraar wel. Jarenlang, soms tientallen jaren lang, blijft de opmerking van de dokter nog nagalmen in het hoofd van de patiënt. En gedraagt hij zich er naar. Soms ten goede, maar soms ook onnodig lang. Overigens merk ik dat dit ook geldt voor opmerkingen van leerkrachten of ouders.

Ik ga er op letten dat mijn opmerkingen een beperkte houdbaarheid hebben, en geen eeuwigheidswaarde. En mevrouw Duinkerk? Mevrouw Duinkerk had gelukkig al door dat de opmerking van de chirurg misschien wel  al voorbij de houdbaarheidsdatum was. Voor mevrouw Duinkerk heb ik de specialist in het ziekenhuis gebeld. En met ons drieën kwamen we tot de conclusie dat ze best thuis door de huisarts kon worden behandeld.

Om privacyredenen zijn de namen van patiënten gefingeerd.

woensdag 11 januari 2012

Scheiding In Manu Medici en Changing Lives

In Manu Medici is mijn praktijk voor OrthoManuele Geneeskunde (OMG). De opbrengsten van mijn OMG praktijk houd ik apart, en daarvan betaal ik mijn vrijwilligerswerk in ontwikkelinglanden. Daarom was het logisch om op de weblog van In Manu Medici te bloggen over ons werk in ontwikkelingslanden.

In eerdere blogs hebben jullie kunnen lezen over de oprichting van Stichting Changing Lives. We gaan de blogs die over onze activiteiten in ontwikkelingslanden gaan voortaan publiceren op een andere blog: http://www.stichtingchanginglives.blogspot.com/. Graag nodig ik je uit om ons daar verder te volgen.

Op de weblog van In Manu Medici ga ik voortaan bloggen over mijn werk als arts in Nederland. Als huisarts en arts OrthoManuele Geneeskunde. Dus je kan hier een andere kant van mij nog steeds volgen.

woensdag 14 december 2011

ANBI verklaring voor Stichting Changing Lives

Verheugend nieuws!
Stichting Changing Lives is met terugwerkende kracht per 22 juni 2011 (de oprichtingsdatum) aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).

De aanmerking als ANBI betekent dat Changing Lives door de overheid is erkend als goede doelen organisatie. We voldoen aan de belangrijkste eisen wat betreft doelstelling, organisatie, administratie en goede besteding van de gegeven gelden. De meeste mensen die nu betrokken zijn, hebben vertrouwen in Changing Lives omdat ze de mensen kennen die er achter zitten. We zijn er blij mee dat ook de overheid vindt dat onze stichting goed in elkaar zit.

Heel praktisch betekent erkenning als ANBI dat giften aan Stichting Changing Lives aftrekbaar zijn van de belasting. Dus als je geeft aan Changing Lives kan je een deel van je gift terug krijgen via je belastingaangifte.

zaterdag 22 oktober 2011

Nieuw bestuur Stichting Changing Lives

Stichting Changing Lives heeft een nieuw bestuur! We zijn blij te kunnen vertellen dat Els van der Most, Laurens Stam en Irina Tan bereid zijn op bestuurlijk nivo leiding te geven aan Changing Lives. Alle drie zijn ze op hun eigen manier al lang en intensief bij ons leven betrokken. Corry en ik zijn blij dat ze ook op deze manier bij ons leven betrokken willen zijn.
Tegelijkertijd vormen ze ook een professionele mix die zeker niet misstaat in de leiding van een bedrijf: Els is kinder en jeugd psycholoog, Laurens jurist en Irina bestuurs- en bedrijfskundige. Daarmee kan je toch zeker de hele wereld aan?

De bestuurswisseling heeft ook een formele reden. Als oprichter van Stichting Changing Lives was ik (Han) automatisch ook bestuurder. Corry en ik zouden zo het beleid bepalen, het geld beheren en uitgeven, en niemand anders zou er inzicht in hoeven te hebben. De activiteiten van Changing Lives willen we transparant . Daarom is het goed om boven de mensen die het veldwerk uitvoeren een bestuur te hebben. Een bestuur die het beleid bepaalt, en ook controleert of het geld terecht komt bij de mensen waar het voor is gegeven. Dat gaat nu gebeuren.

Gelukkig mogen Corry en ik van het bestuur toch nog bij Stichting Changing Lives actief blijven.... als vrijwilligers.

Gisteravond was de formele bestuurswisseling en gelijk de eerste bestuursvergadering. Allerlei ideeën passeerden de revue en de eerste lijnen zijn uitgezet. Eén van de eerste stappen is het aanvragen van een ANBI-verklaring. Dat is een soort keurmerk van de belastingdienst dat Stichting Changing Lives inderdaad functioneert als een goede doelen organisatie. Voor de gevers heeft de ANBI status ook als voordeel dat de giften belastingaftrekbaar zijn. Dubbel voordeel dus.

We houden jullie op de hoogte.

zondag 25 september 2011

Stichting Changing Lives

Langzamerhand zijn we al weer bezig met de voorbereidingen voor onze volgende reis.
Regelmatig vragen mensen of ze ons financieel kunnen ondersteunen. Nu hebben wij persoonlijk geen extra financiële ondersteuning nodig. Maar veel van de mensen die we tegenkomen, kunnen wel een extra steuntje gebruiken.
Voor de mensen die ook financieel betrokken willen zijn bij ons werk in ontwikkelingslanden, hebben we Stichting Changing Lives opgericht. Changing Lives zal er voor zorgen dat al het geld dat door jullie wordt gegeven terecht komt in projecten in ontwikkelingslanden. De kosten van de stichting sponsoren we vanuit de praktijk In Manu Medici. Daardoor kan elk dubbeltje dat jullie geven ook daadwerkelijk voor mensen in ontwikkelingslanden gebruikt worden.
Houd ons in de gaten via www.changinglives.nl !
We zijn nu ook actief op facebook www.facebook.com/stichtingchanginglives met korte berichtjes. Vind ons leuk, dan blijf je zo ook op de hoogte.

zondag 6 maart 2011

weer thuis

Gisteravond laat kwamen we na een reis van bijna 24 uur thuis in Houten aan. Per vliegtuig met vertraging van Dhaka naar Dubai, flink doorlopen op het vliegveld om de aansluiting te halen, daarna doorvliegen naar Dusseldorf. Op Dusseldorf stond gelukkig familie te wachten, met bloemen en ballonnen, om ons met de auto naar huis te brengen. Vannacht hebben we redelijk geslapen en vanochtend zijn we de reisspullen aan het opruimen en verder aan het acclimatiseren.

We kijken terug op weer een zinvolle reis. Het nakijken van de kinderen is natuurlijk zinvol voor de kinderen zelf. Daarbij zijn er ook wat bijeffecten. Vooral het feit dat je daar komt, vanuit een ver land, bemoedigt de mensen dat ze niet vergeten worden. Een tweede keer is dat effect nog sterker. Dit jaar hebben we nog meer contact gehad met de veldwerkers. Van laag tot hoog hebben we met allerlei mensen gesproken. Zo hoorden we ook meer achtergronden, en zagen we zaken die minder goed lopen. Door onze bijzondere positie zijn we ook in staat om die zaken aan te kaarten op het hoofdkantoor. Wat voor de veldwerkes in de hierarchische structuur en cultuur veel moeilijker is.

Voor ons zelf was het weer een reis met veel ervaringen. We zijn nog meer van Bangladesh, en vooral van de Bengaalse mensen gaan houden.

We hebben in de blogs over van alles geschreven. Maar in de blogs is ook een hoop niet ter sprake gekomen: kinder self help groups, ratten en kakkerlakken, zingen en dansen, gastvrijheid, en nog veel meer. De komende dagen gaan we de geschoten foto's en filmpjes nog eens goed bekijken. Daar komt vast nog wel materiaal voor meer blogjes uit.

We zijn in ieder geval weer gezond en wel in Nederland en we zien er naar uit om familie, vrienden en bekenden weer te zien.

vrijdag 4 maart 2011

Dhaka headquarters

Vanuit Ghoraghat is het zes uur rijden naar het hoofdkantoor in Dhaka. Het hele kantoor is erg druk met de voorbereiding van drie districtsvergaderingen. De kerk van de Nazarener is verdeeld in districten. Een paar maanden terug is Bangladesh opgedeeld vanuit één naar drie districten. Geen overbodige luxe voor een land met 1500 kerken. Eigenlijk is elk district nog steeds te groot. Elk district heeft een jaarvergadering waarin alle gegevens van het afgelopen jaar bekend worden gemaakt, en de voornemens van het komende jaar. Omdat alle ervaring nog in het hoofdkantoor zit, zorgt het hoofdkantoor voor alle rapporten. Alle gegevens moeten via internet worden geupload naar het hoofdkantoor in de USA. Ze hebben nieuwe internetlijnen en nieuwe modems geinstalleerd om dit te versnellen. Alleen waren wij daardoor een beetje verstoken van internet. Intussen hebben wij een draadje te pakken gekregen die ons met het internet verbindt.

Het hoofdkantoor is nu dus het middelpunt van de komende districtsvergaderingen. Maar ook het punt waar wij al onze informatie kwijt moeten. Eergisteren zijn we hier aangekomen en hebben we een presentatie gemaakt met de uitkomsten van onze gegevens. Gisteren hebben we die ook laten zien. In totaal hebben we 2165 kinderen onderzocht. En daarnaast 337 mensen met klachten die op onze aanwezigheid af kwamen. Bij de CDC kinderen zijn er drie hoofdproblemen: wormen, slechte tanden en onvoldoende drinken. Deze drie problemen vormen tezamen 88% van de problemen. Een getal dat groot genoeg is om je op te focussen.

We hadden ook nog andere feedback. De feedback werd goed ontvangen en we hoorden achtergronden van keuzen die gemaakt zijn. Volgens ons moet de nadruk liggen op onderwijs. Een volgende keer zullen we ons daar graag voor inzetten.

Badminton in Nilphamary

In Nilphamary hebben we erg veel kinderen onderzocht. Ze zijn niet alle 400 gekomen, maar het waren er toch wel 325. We hebben de health workers de huid laten controleren en we hebben zelf de rest van het onderzoek gedaan. Qua tijd lukte het zo net om alle kinderen voor vijf uur te zien. Maar het waren te veel kinderen. Het is heel moeilijk om zo lang je concentratie vast te houden. Ons lukte het nog wel, maar onze health workers en vertaler hadden er duidelijk moeite mee. Onze vertaler zat op een gegeven moment zelfs te snurken...

Vorig jaar hebben we 10 dagen op deze plek gelogeerd. De werkdag eindigde dan om 5 uur. Dan werden badminton rackets gepakt en speelden we een wedstrijdje tot het donker was. Alleen waren de rackets niet van zo'n beste kwaliteit meer. Af en toe bleef de shuttle in een racket hangen.
In Birgonj kwamen we toevallig in een winkeltje (stalletje) vier rackets tegen. In een stoffige hoes. Maar in die hoes zaten echte lichtgewicht (ws carbon) rackets, voor een prijs waar je in NL alleen van kan dromen. Dus hebben we twee rackets gekocht en cadeau gedaan aan het centrum in Nilphamary. Natuurlijk moesten we een partijtje spelen voor we weg moesten. Bangladesh tegen Nederland. Het resultaat was vergelijkbaar met het resultaat bij het cricket wereldkampioenschap :( .
Voor degenen die het niet weten: cricket is in dit deel van de wereld net zo populair als voetbal bij ons. Bangladesh is gastland voor het wereldkampioenschap waar nu om wordt gestreden. En Nederland is één van de landen die zich heeft geplaatst. Onze kansen om te winnen zijn echter verwaarloosbaar.

De dag na Nilphamary zijn we naar Ghoraghat gereisd. Waardoor we al weer twee uur dichter bij Dhaka zijn.

zondag 27 februari 2011

Terug in het noorden

Na Mandahebpur zijn we verder naar het noorden gereisd. We verblijven op dit moment in het guesthouse in Birgonj. Vorig jaar zijn we hier 10 dagen geweest. Het was ook hier een soort van thuiskomen. Heel leuk om de mensen weer terug te zien. Er wordt goed voor ons gezorgd. Sinds Mandahebpur hebben we weer een auto met chauffeur tot onze beschikking. De chauffeur is dezelfde als vorig jaar. Enorm leuk om te zien dat hij zich ontpopt tot een echte helper. Vorig jaar bestond zijn aandeel uit autorijden, m’n tas dragen en de auto poetsen. Intussen regelt Boslu van alles. Stuurt hij mensen aan en is hij er op de juiste momenten. Hij heeft er ook veel lol in om Bengaals met ons te praten. Hij drinkt met ons een nederlands “kopje koffie” en zou heel graag met ons naar Nederland komen. Hij wil graag onze chauffeur, kok, en persoonlijke bodyguard worden. Hij is overigens niet de enige die mee zou willen…


Hier in het noorden hebben we nieuwe CDC’s bezocht, die in het afgelopen jaar gestart zijn. Maar ook een aantal waar we vorig jaar ook geweest zijn. Veel kinderen herkenden ons nog. Andersom was dat niet het geval. (Vorig jaar hebben we 2800 kinderen gezien in 10 weken.)
We hebben ook een weeshuis in aanbouw bezocht. Een dorpje waar plaats is voor 50 weeskinderen en 10 moeders (weduwes).  Vijf huisjes, een school, een woning voor de beheerder en een guesthouse, komen op een terrein met ook nog een speelplaats, een vijver en wat grond om voedsel op te verbouwen.Van zulk soort dingen kun je helemaal blij worden. Maar er zijn ook andere momenten. Met name de enorme armoede blijft schrijnend om te zien. We zijn per trein naar het noorden gereisd. Een rit van 6 uur door de rijstvelden, langs kleine dorpjes, akkervelden etc. Maar ook toen eigenlijk alleen maar armoede, armoede en nog eens armoede. We reisden eersteklas maar dat betekende alleen maar dat we zeker waren van een zitplaats. Het leek wel of we in de eerste trein zaten die ooit uitgevonden is.

De dagen gaan snel voorbij. We maken veel kilometers en we hebben een record aantal kinderen gezien. Tot nu toe ruim 1700. Morgen komt de grootste uitdaging. We gaan namelijk naar Nilphamary waar we vorig jaar 8 dagen zijn geweest. Toen hebben we elke dag 1 CDC bezocht. Morgen komen echter al die kinderen op 1 dag naar ons toe. Dat betekent dat we morgen 400 kinderen gaan onderzoeken. We hoorden dit vanmiddag tijdens de lunch. Om de één of andere reden vonden ze dat niet de moeite waard om met ons te overleggen. Normaliter zien we zo’n 100 kinderen per dag. Gelukkig zijn er in Nilphamary een aantal healthworkers en we gaan er dus wel van uit dat die morgen mee kunnen helpen. Strategie en crowd control zijn heel belangrijk. We vertrekken vroeg, zodat we om 9.00 uur ter plekke zijn. Dan eerst een korte vergadering hoe we het aan gaan pakken.

Han is alvast begonnen met het maken van een presentatie met de resultaten van de afgelopen weken. We houden bij hoeveel kinderen we zien en wat de problemen zijn. Woensdag reizen we terug naar Dakha, waar we donderdag de resultaten gaan bespreken. Als we alles klaar hebben zullen we het eindresultaat zeker in een blog melden.

Wat de taal betreft maken we vorderingen. Het Bengaals is een moeilijke taal met allerlei vervoegingen. Zelfs de getallen worden vervoegd. Voor het onderzoeken van de kinderen is het handig dat we nu zelf ook gemakkelijker met de kinderen kunnen communiceren. We kennen een paar standaardzinnen, en de antwoorden die je kan verwachten. Dan lijkt het net of we een heel gesprekje kunnen voeren. Maar als we niet weten waar het gesprek over gaat, tasten we nog erg in het duister. Gelukkig hebben we een vertaler waar we op terug kunnen vallen.

Tot slot nog een impressie van een CDC toilet. Eerlijk gezegd waren we nogal verontwaardigd over de staat waarin het verkeerde. We gaan hier wat van zeggen op het hoofdkantoor. Om te illustreren hoe kindonvriendelijk het er uit zag, hebben we dit filmpje gemaakt.

zaterdag 26 februari 2011

Mutsjes uitdelen

Behalve sokken hebben we ook mutsjes meegenomen. Een paar weken voor ons vertrek maakte een vriendin ons attent op de actie “brei een muts voor India” (zie breivoorindia. nl). Corry is ook aan het breien geslagen. En haar zus en een paar vriendinnen ook. Maar wij breien natuurlijk voor Bangladesh. Ook hier in Bangladesh is Corry nog steeds aan het breien.












De mutsjes zijn voor pasgeboren baby’s. Pasgeborenen kunnen hun temperatuur niet goed op orde houden. En een mutsje kan ze daarbij helpen. Omdat we met schoolkinderen werken, zien we bijna geen pasgeboren baby’s. Maar als we wel zo'n klein mensenkind tegenkomen, soms zo maar op straat, dan krijgt de baby een mutsje.


donderdag 24 februari 2011

foto impressies

In het zuiden van Bangladesh is er zo veel water dat een oversteekje met de boot heel normaal is. Hier steken we de rivier in Mongla over.










Vanuit de Bengaalse golf komen in mei en november regelmatig orkanen het zuiden van Bangladesh binnen. In dit deel van het land heten orkanen "cyclones". Hier wordt een cyclone shelter gebouwd. Als er een cycloon op komst is, wordt er ook voedsel voor een paar dagen in opgeslagen. Deze shelter kan 500 mensen opvangen tijdens een orkaan. De mensen krijgen les hoe ze hun spullen enigszins kunnen beschermen: begraven onder de grond.


Af en toe komen er mooie mensen naar ons kijken en luisteren. Dit zijn vrouwen van een self-help-group die horen bij het CDC die wij op die dag bezoeken. In een self-help-group sparen vrouwen gezamenlijk in een potje, waar diezelfde vrouwen geld uit kunnen lenen.


Als we ergens stil blijven staan, verzamelt er zich al gauw een groepje belangstellenden om ons heen. Soms worden we letterlijk bedolven onder de belangstelling.
Koken is in Bangladesh soms een wat ingewikkelde aangelegenheid. Alles moet nog worden klaargemaakt. De kip moet nog worden geslacht, geplukt en schoongemaakt. De groente is ook niet voorgesneden. Voor het vuur wordt gesprokkeld of gekocht brandhout gebruikt. Hier wordt het ons ontbijt klaargemaakt: chapatti, een soort wrap, met groente, een gebakken eitje, en natuurlijk heet water voor koffie.

maandag 21 februari 2011

Een koninklijke behandeling

We zitten nu in Mohadebpur, een klein stadje in het noordwesten van Bangladesh. We logeren op een kleine compound. Op een omheind terrein staat een gebouw met een trainingscenter van BNM. Het bestaat uit een paar slaapzalen voor vijf tot elf personen, er is één driepersoonskamer met vloerbedekking en een heuse badkamer, waar Corry en ik natuurlijk in logeren. Verder is er een keuken, een eetzaal, wat kantoortjes. Aan een groot grasveld staat een CDC gebouw van BNM en een CDSP gebouw van Compassion. Een CDSP is een soort naschoolse opvang voor kinderen die door westerlingen worden gesponsord via Compassion, een interkerkelijke organisatie die ook sponsors werft om kinderen in ontwikkelingslanden te ondersteunen.

We worden hier koninklijk behandeld.
Bij onze aankomst werden we ontvangen met bloemen, een heerlijke lunch en warm water voor een handgietdouche. En dat allemaal tegelijk.
Iedereen probeert het ons naar onze zin te maken. Met al die mensen die hier rondlopen zijn dat er heel veel. Iedereen vraagt steeds of ze wat voor ons kunnen doen. Een probleempje is alleen dat de meeste mensen alleen Bengaals spreken. En wij nog maar een klein beetje. Op communicatiestoornissen hoef je dus niet lang wachten.
De lastige kant van een koninklijke behandeling is dat we heel veel belangstelling hebben. Overal waar we lopen of staan of zitten verzamelt zich een grote schare kinderen en een wat kleinere schare volwassenen om ons heen. Ik zit nu met mijn computer op de veranda van het complex van het laatste restje daglicht te genieten, en mensen verdringen zich om mij en mijn scherm te bekijken. We snappen nu een beetje hoe de koninklijke familie zich moet voelen als ze constant aangestaard en gefotografeerd worden.
Heel lief is dat de plaatselijke caretaker er voor heeft gekozen om onze persoonlijke caretaker te zijn. Deze jongeman van 24 spreekt ons aan met “mother” en “father” en lijkt als missie te hebben om er voor te zorgen dat het ons aan niets ontbreekt en dat wij niets hoeven te tillen. Als Corry met een tas de kamer uit komt, neemt hij die gelijk over. Zelfs onze stoelen worden van de tafel weg en weer aangeschoven. Hij is heel lief, gastvrij en dienend, maar zonder slaafs te zijn.
We genieten van de heerlijke maaltijden en de goede zorg voor ons.

Tegelijkertijd maken we lange dagen. We bezoeken hier in twee dagen vier CDC’s. Extra hard aanpoten dus. Sioe Dian en Laurens draaien intussen hun eigen taak in het programma. Het loopt allemaal lekker. Tijdens het onderzoek van de kinderen zijn er altijd veel mensen samengestroomd. We spreken dan altijd nog de kinderen toe over hygiëne en voldoende drinken. Dat alle dorpelingen het verhaal ook horen is alleen maar meegenomen.

PS We zitten inmiddels in Brigonj. Dit blogje is een dag te laat geplaatst. Gisteravond bleken we bezoek te hebben van een grote rat op ons bed. Hij had al een gat in een hoofdkussen geknaagd. Natuurlijk vluchtte hij weg. We hebben het hele bed afgehaald en de kamer afgezocht, maar we konden hem niet vinden. We zijn er dus van uit gegaan dat hij toch naar buiten is geglipt. Vannacht was er echter nog behoorlijk luidruchtig geknaag. Na zoeken in de kamer dacht ik dat het geknaag van buiten kwam. Maar vanochtend lagen er toch her en der rattekeutels.
Brrr, gelukkig was het ons laatste nachtje daar. De koninklijke behandeling zullen we missen, maar het nachtelijke bezoek niet.

Naar het noorden

Inmiddels zijn we in het noorden van Bangladesh aangekomen. Aangezien dat een behoorlijke afstand is zijn we met de trein gereisd. Dat was een hele nieuwe ervaring. We reisden eerste klas maar het enige wat dit inhoud is dat je verzekerd bent van een zitplaats. Het was een dieseltrein en zag er uit alsof het de eerste trein was die ooit in gebruik is genomen. Het landschap van Bangladesh trok aan ons voorbij. Gevoelens van droefheid kwamen soms omhoog. Je ziet overal alleen maar armoede. Kilometers lang. Is er nog hoop voor dit land vroegen we ons dan in stilte af?

Maar dan zien we weer de rijstplantjes die overal in het water staan. Een prachtig gezicht. Het jonge groen dat net boven het water uit komt. Teken van nieuw leven. Teken van de lente. Teken van een nieuw seizoen.

woensdag 16 februari 2011

zeg 'ns AAA

We zijn nu twee weken bezig. Op dit moment hebben we hier in Bangladesh 880 kinderen en 210 volwassenen gezien. Net als vorig jaar kijken we op verzoek van Bangladesh Nazarene Mission kinderen van Child Development Centers na. Daarbij houden we nu ook vrijwel overal een spreekuurtje (20-30 personen) voor volwassenen.


In de Child Development Centers (CDC’s) krijgen de kinderen onderwijs en een maaltijd per dag. Het gebouwtje dat daarvoor wordt neergezet is door de weeks een school en op zondag een kerk, en ’s avonds een ontmoetingsruimte. Bij het gebouwtje wordt altijd een toilet en een waterpomp neergezet, waar het hele dorp gebruik van kan maken. Verder zorgt zo’n CDC voor werk voor twee leerkrachten en een kokkin.

We starten onze dag na het ontbijt met een kortere of langere rit naar het CDC. In Mongla deden we dat met eerst de boot (de rivier over) en dan achterop de motor verder. De straatjes daar waren te smal voor auto’s. In Khulna hadden we lange ritten, de eerste keer met een easybike (een soort tuk-tuk op elektriciteit), de andere keren met een auto. Nu we in Jessore zitten reizen we met de auto, of met de “van” (een driewieler, die achter de fietser een vlonder heeft waarop je vracht, of mensen vervoert).

We reizen dus met allerlei vervoersmiddelen, door heel diverse gebieden van Bangladesh. We zien vooral water en rijstvelden. De rijst staat 10 tot 20 cm boven het water. Hier en daar zien we mensen de rijst nog planten. Een prachtig gezicht. Al dat opkomende groen geeft een lentegevoel. Een gevoel van hoop. De mensen leven hier heel armoedig, je moet oppassen dat je dat niet gewoon gaat vinden. De meeste huizen hebben lemen muren en een dak van takken en bladeren. Op de grond voor de huizen ligt de een of andere oogst uitgespreid om te drogen, of om bewerkt te worden. Daar tussendoor lopen de kippen en de koeien rond. En overal waar we lopen, loopt een schare nieuwsgierige kinderen achter ons aan.

Op het CDC aangekomen stellen we onszelf voor aan de kinderen. We leggen ze uit wat we gaan doen. En dan gaan we aan het werk. We kijken de kinderen van top tot teen na. We kennen intussen een beperkt aantal Bengaalse woordjes en kunnen de kinderen vertellen wat we van ze verwachten. Ook een paar standaardvraagjes en antwoorden kunnen we gebruiken. Maar lichaamstaal doet ook een heleboel (zie de foto).

We vinden heel veel kinderen met wormen, en ook erg veel kinderen die een slecht gebit hebben, en/of die te weinig drinken. Als we de kans krijgen spreken we de kinderen ook na afloop nog hierover toe. In de tussentijd is het hele dorp dan al uit nieuwsgierigheid samengestroomd rond het CDC. En de volwassenen krijgen dan ook het verhaal over wormen, tanden poetsen en genoeg drinken mee.

Dan houden we even pauze, en vervolgens nemen we 2 tot 3 uur de tijd om medische vragen van volwassenen of niet CDC-kinderen te beantwoorden. Helaas hebben veel problemen te maken met de leefomstandigheden. Rugpijn is niet verwonderlijk als je de hele dag zwaar werk moet doen, bijvoorbeeld de hele dag gebukt rijst planten, of onkruid wieden. We verbazen ons er over hoe jong de kinderen er uit zien: ze zijn veel te klein voor hun leeftijd. En we verbazen ons er over hoe oud de volwassenen er uit zien: wij zouden ze zo 10 tot 20 jaar meer geven. Aardig wat mensen weten hun precieze leeftijd niet. Dan zeggen ze bijvoorbeeld 35 plus.

Dan volgt weer een rit naar huis, en de lunch (meestal rond 16.00 uur). In principe hebben we tot het avondeten (19.30 uur) dan voor onszelf. Maar met wat gegevens invoeren, kletsen, sociale media bijhouden is die tijd snel voorbij. Te meer omdat het hier om 18.00 uur donker is, en wij voor die tijd voorbereid moeten zijn op stroomuitval en aanvallen van muggen.

Wij hebben het maar goed. Met onze geïmpregneerde klamboes, voldoende geld om flessenwater en eten te kopen, en om mensen die voor ons koken te betalen, kunnen we ons helemaal op ons werk focussen. Een heel mooi bijeffect, wat wij ook heel belangrijk vinden, is dat we de mensen hier ook kunnen bemoedigen. Een vriendelijk woord, een complimentje, en vooral de wetenschap dat ook mensen in een ver onbekend land hen ook belangrijk vinden, doet veel goed. Ook hier geldt voor meeleven dat het niet zozeer gaat om wat je doet, maar om dat je er gewoon bent.

vrijdag 11 februari 2011

verkassen

Het blijft moeilijk om afscheid te nemen van de mensen waar je 10 dagen intensief mee hebt gewerkt en bent opgetrokken. Behalve met hen werken en optrekken hebben we ook kennis gedeeld, ervaringen uitgewisseld, leuke dingen en minder leuke dingen gedeeld en besproken. We werken samen met gedreven mensen die een groot hart hebben voor de allerarmsten waaronder ze werken. En dat terwijl ze het zelf nou ook niet zo geweldig goed hebben. De werkers zijn echt een voorbeeld in het liefhebben van je naaste. Vandaag ook de wisseling van de staf waarmee we samenwerken. Vanmorgen zijn we uit Khulna vertrokken en nu zijn we in Jessore. Vandaag verder geen werkprogramma en dat is wel even lekker. We hebben de laatste dagen namelijk veel gereisd om de CDC’s te bezoeken. Woensdag bijvoorbeeld 5 uur in een gammele auto over erg slecht wegdek gereden. Aldaar 166 kinderen nagekeken dus dat was wel een hele lange dag.

Zoals ons verteld is, is het zuiden anders dan het noorden. Het landschap is met name anders door het vele water. Wat ons ook opvalt is, dat we hier des te meer merken hoeveel mensen er in Bangladesh wonen (totaal 161 miljoen). In het noorden leken er namelijk veel minder mensen op één plek te wonen, maar daar zijn we met name op het platteland geweest. Dus misschien komt het ook wel doordat onze logeerplekken zich tot nu toe in grotere steden bevonden. Tot en met volgende week vrijdag blijven we in het zuiden. Daarna vertrekken we per nachttrein naar het noorden.

We zijn nog geen 2 weken in Bangladesh, maar het voelt als veel langer. Net zoals vorig jaar kost het “leven” en de gewone dagelijkse dingen ons hier meer tijd dan in Nederland. We leven met name uit onze koffers. Niet alleen vanwege het regelmatig verkassen, maar ook omdat we liever geen beesten in onze kleren krijgen. In de koffers zijn de kleren veilig voor die beestjes. Altijd alle ritsen dicht, ook van je toilettas. Je schoenen en slippers en schoenen goed bekijken voordat je je voeten er in stopt.
Absoluut geen onveilig water binnen krijgen dus alles afvegen met tissues. Als er al stromend water is, dan in ieder geval geen warm water. Dus borden, kopjes, glazen etc vegen we eerst af met een servetje of tissue. Ook het wassen van onze kleren blijft een sport. We gaan er ongetwijfeld smoezelig uitzien want het water is ook niet schoon. Maar hier valt dat smoezelige niet op.
Het eten hier in het zuiden is wat eenzijdig. Elke morgen chappatti (soort van dunne wrap) met een gebakken ei en gebakken groente. Lunchen doen we meestal nadat we klaar zijn met het nakijken van de kinderen. We lunchen dus geregeld na 16.00 uur. Dat is eigenlijk te laat maar vaak wordt de lunch op een andere plek klaargemaakt dan de CDC’s zijn, dus onderbreken kan ook niet.
We hadden gerekend op kou maar dat is het, althans voor ons, zeker niet. De temperatuur loopt duidelijk op. We zullen het nog wel warmer krijgen want het past niet om in mouwloze kleren en blote benen rond te lopen. Ook vanwege de muggen is dat ook niet verstandig. Malaria komt niet voor in dit gebied maar dengue wel en ook dat wil je uiteraard niet krijgen. Dus insmeren met DEET maar daar continue aan denken, gaat nog niet automatisch.

In Nederland is heel veel vanzelfsprekend. De huizen zijn schoon, de wegen zijn verhard, de auto’s zijn comfortabel, het water is veilig, het eten is veelzijdig, je kan elke dag geschikte kleren uit de kast halen, muggen zijn vervelend maar brengen geen nare ziektes over. Hier realiseer je je weer, hoe bevoorrecht we zijn.